90-jarig Jubileum SV Castricum

Het 90 jarig jubileum van Schaakvereniging Castricum Dame en Heren,

Namens het Bestuur heet ik U van harte welkom bij viering van het 90 jarig jubileum van de Schaakvereniging Castricum . Onze vereniging bestaat sinds 1 november 1926. De geboorte-acte vermeldt Schaakvereniging De Pion, maar in 1963 werd omgedoopt naar Schaakvereniging Castricum, wat meer allure uitstraalt.

Een bijzonder welkom geldt onze ereleden Bart Schlosser en Jan van Riel, die langjarig in bestuursfuncties onze vereniging hebben gediend. Zonder sterk betrokken leden wordt je geen 90! Bart Schlosser , Jos Maasdijk en Jan van Riel zijn zelfs drager van de gouden erespeld van verdienste van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond. Ook heet ik de leden van de 55 plus , door de KNSB Masters genoemd, hartelijk welkom.

In tegenstelling tot ons vorige lustrum hebben wij thans geen leden meer die geboren zijn voor 1 november 1926. Toen waren dat erelid Jo Clarijs en Hans Molenbroek , veelvuldig clubkampioen . Beiden zijn helaas overleden.

Bezien we geschiedenis van onze vereniging dan was er een hoogtepunt rond 1976. Han Kemperink zal vanavond terugblikken op het 50 jarig jubileum in dat jaar. In die tijd doorbrak Bobby Fischer de jarenlange Russische overheersing en wel op een verpletterende wijze. Schaken werd dankzij de formidabele prestaties van Fischer bijzonder populair . Onze Schaakvereniging telde toen 120 jeugdleden en 110 seniorleden. Sindsdien is het ledental helaas gestaag afgenomen naar thans 7 jeugdleden en 40 senioren op de vrijdagavond.

Een niet meer weg te denken fenomeen bij onze vereniging is de 55plus Masters club, opgericht in 2001 door ,het helaas overleden erelid , Joop Bakker. Onze Masters vieren vandaag dus het 3e lustrum, waarmee wij hen van harte feliciteren. Dankzij de grote en succesvolle inzet van Henk Vaessen, gedurende 10 jaar, heeft onze Masters club nu 31 leden, waarvan 11 dubbelleden. Henk bedankt ! En Paul Harmse : veel succes toegewenst, met het leiden van de Masters, in de komende 10 jaar.

In de hedendaagse samenleving wordt zowel naar 90 jarigen als naar 15 jarigen met enige bezorgdheid gekeken. Beide bevolkingsgroepen, stokoud respectievelijk puberaal, worden nogal eens als maatschappelijk probleem ervaren. Dit gehoord de discussies over kwaliteit van ouderenzorg, voltooid leven en tekortschietende opvoeding door de moderne ouder.

Toch bestaat er nauwelijks verschil tussen onze, vergrijzende, 90 jarige en zijn 15 jarige satelliet , waarvan je alleen lid kunt worden als je grijze haren hebt.

 

Je kunt je dus terecht de vraag stellen of van beide groepen schakers ,het voortbestaan niet aan een zijden draad hangt, nu het schaakspel al jaren aan populariteit inboet, ook bij de jeugd.

Dit “ to be or not to be “vraagstuk kunnen we, wetenschappelijk verantwoord oplossen als we de geschiedenis van het schaakspel en het ontstaan van de welvaartsstaat , bestuderen.

Historici gaan er vanuit dat het schaakspel ruim 2000 jaar geleden is ontstaan in India. Het toen ontwikkelde vierkante bordspel met 64 velden was geinspireerd op de onderdelen van het toenmalige Indiase leger: Strijdwagens, Ruiters , Olifanten en Voetvolk. Het leger werd aangevoerd door een Koning, de Maharadja, bijgestaan door de vizier, een soort minister, die niet erg belangrijk was, want hij kon slechts 1 veld schuin bewegen. Dit bordspel werd Chaturanga genoemd ,hetgeen 4 legerafdelingen betekent. De begin opstelling is sindsdien niet veranderd. Alle genoemde stukken, die wij thans kennen als torens, paarden, lopers, pionnen ,Koningin en Koning, werden prachtig versierd.

In de 6e eeuw na Christus werd het Chaturanga algemeen bekend in Perzie, dat, vanuit thans Iran en Irak, het Nabije Oosten regeerde, dat zich uitstrekte tot in India. Schaken komt van het Perzische Sjah,wat koning betekent. Sjah Matta betekent koning gevangen. Dat de koning niet geslagen mag worden komt omdat men toen verslagen koningen ,uit respect, niet ombracht.

In 641 versloegen de Arabieren de Perzen en ontdekten zo de kunst van het schaken. Na 800 werd, geschaakt in het gehele Arabische Rijk, dat zich uitstrekte van India tot Spanje. Wel veranderden de Arabieren het uiterlijk van de schaakstukken, want de islam verbiedt afbeeldingen van levende wezens. De stukken werden daarom ontdaan van alle opsmuk .

In het jaar 800 kreeg Keizer Karel de Grote, waarschijnlijk ter gelegenheid van zijn kroning, een schaakspel cadeau van Haroen ar Rashid, de kalief van Bagdad, die wij ook kennen van de sprookjes van 1001 nacht. Daarna verspreidde het schaakspel zich geleidelijk onder de Europese Adel en Geestelijkheid. Schaken werd zelfs onderdeel van de opvoeding aan het hof, van zowel meisjes als jongens. Ook onder geliefden werd schaken een favoriet tijdverdrijf. In de Middeleeuwen was het spelen van spelletjes en dobbelen een belangrijke tijdspassering van de adel. Afgezien van oorlog voeren, hadden edellieden weinig andere bezigheden . De gewone, horige en dus afhankelijke, mens schaakte toen niet; die had al zijn tijd nodig om te overleven met primitieve landbouw methoden, slechte leefomstandigheden en vele, vaak dodelijke, ziekten.

In de Middeleeuwen promoveerde de vizier van het indisch/arabische schaakspel tot Koningin, maar pas rond 1500 kreeg de Koningin de actieradius die het nu heeft en zo het sterkste stuk van het schaakspel werd. Dit gaf mogelijk een aanzet tot de latere emancipatie van de vrouw !

Weer later werden de rokade en het en passant slaan geintroduceerd. Het schaakspel werd zo geleidelijk levendiger en ook ingewikkelder.

Het zijn echter de Noormannen geweest die voor een brede verspreiding van het schaakspel in Europa hebben gezorgd, toen zij rond het jaar 1000 vele kastelen plunderden. Denk aan Dorestad in Nederland. In Noorwegen zijn de oudste Europese opgravingen van het schaakspel gevonden. Het pleit niet voor de Noren, dat het zo lang geduurd heeft, voordat deze diefstal van schaakspellen een Noorse wereldkampioen schaken opleverde!

De gewone burger kon pas gaan schaken, toen deze meer vrije tijd kreeg . Aan de oorsprong van deze ontwikkeling lag de technische vooruitgang, waardoor eerst in de landbouw en later in de industrie de produktie per gewerkt uur enorm toenam.

Deze toename van de arbeidsproductiviteit is nog lang niet ten einde, nu ook in de dienstensector de efficiency sterk toeneemt door automatisering . Zie de recente ontslaggolf in het bank-en verzekeringswezen.

Samen met de noodzakelijke ontwikkeling naar een circulaire economie met duurzame energieopwekking en volledige recycling van grondstoffen ,zal in de loop van deze eeuw een geheel andere maatschappij ontstaan. Beter en duurzamer komt in de plaats van meer. Werken zal uiteindelijk beperkt worden tot maximaal 2 dagen per week en voor velen niet eens elke week. Robots zullen veel werk overnemen.

Geschetst ,toch wel schitterend, perspectief biedt voor sport en spel, cultuur en wetenschap in het algemeen en de schaaksport in het bijzonder, ongekende mogelijkheden. Immers ,net als in de Middeleeuwen bij de adel, zal de overvloed aan vrije tijd plezierig besteed moeten worden. Voorkomen van verveling op grote schaal wordt een speerpunt van regeringsbeleid. “Ledigheid is des duivels oorkussen “ luidt, niet voor niets, een oud gezegde. We keren dus niet, en passant, terug naar het verloren Paradijs.

Vrije tijdkunde wordt een zeer belangrijk vak in het onderwijs. Leren schaken wordt, net als in de Middeleeuwen , weer een vast onderdeel van de opvoeding van alle kinderen.

Schaken staat immers model voor het leven zelf met vooruitzien, plannen maken , voor- en tegenspoed, zoeken naar oplossingen en strijd. Dus van grote vormende waarde.

Sport en spel zullen vooral overdag beoefend gaan worden. s Avonds zal men willen uitrusten, want vrije tijdspassering is veel inspannender dan werken.

Moraal van dit verhaal: Onze Schaakvereniging zal op termijn niet meer op de vrijdagavond schaken, maar uitsluitend nog overdag , met een overvloed aan leden. Een nieuwe periode van bloei.

Dame en Heren ,namens het Bestuur wens ik u allen een genoeglijke avond.

———————